Ingebracht stuk door dhr. Cornelis Marinus Netten
Haar stem klinkt afwisselend vol melancholie, verdriet, vreugde, verlangen, jaloezie. Het is kortom een mix van gevoelens welke over je heen wordt gestrooid en je daar deelgenoot van te maken. De vibratie in haar stem, doorspekt met de kenmerkende krachtige sonore klanken, bezorgt je kippenvel. De vrouw op het toneel is in de zestig jaar, straalt, ondanks haar spierreuma, kracht, maar ook kwetsbaarheid uit, en is bijna traditioneel gekleed in lange donkerkleurige kleding, opgesierd met een sierlijke zwarte omslagdoek. Ze wordt begeleid door een klassieke gitaar en een guitarra Portuguesa (een soort cister, ook wel Portugese gitaar genoemd). Deze twee begeleiders worden g geïntroduceerd als ‘haar schatjes’. De klassieke gitaar fungeert op een prachtige manier als een soort tweede stem in het klankenakkoord.
Ik beleef dit niet in een kroeg in de Portugese hoofdstad Lissabon, waar, naar men zegt, de Fado is geboren, maar in de theaterzaal van het Rosa Spierhuis In Laren. Haar naam is Maria de Fátima Morao Travassos, vroeger bekend als ‘Miúda da Boavista’, haar geboortewijk in Lissabon. Maria de Fátima werd in 1961 geboren te Lissabon. Zij groeide op in de arbeiderswijk Boavista waar de fado deel uitmaakte van het dagelijkse leven. Hier werd haar bijzonder stemgeluid al snel ontdekt en zij was pas 9 jaar oud toen de bekende fadista Armando Ribeiro liedjes voor haar begon te schrijven. In 1974 won ze de zangcompetitie Grande Noite do Fado, trad op met legendarische artiesten als Amália Rodrigues, Fernando Mauricio, Tony de Matos. Maria stopte met school om door heel Portugal en in het buitenland op te treden.
Mijn eerste kennismaking (al heel lang geleden) met Fado, het Portugese levenslied, was met Amália Rodrigues en het nummer “Uma Casa Portugesa”. Amália Rodrigues was een van de belangrijkste en invloedrijkste fadozangeressen ooit. In 2011 heeft de fado een plaats gekregen op de lijst van immaterieel cultureel erfgoed van Unesco.
Maar wat is dat Fado nu precies? Volgens de Portugezen geeft Fado stem aan de gemoederen van het leven: verdriet, melancholie, nostalgie, verlangen, jaloezie, blijheid, weemoed en vooral saudade. Fado, afgeleid van het Latijnse fatum, betekent zoveel als lot, of beter gezegd: het noodlot, vertaald in muziek. Het is dan ook een muzieksoort waarin melancholie en fatalisme worden gecultiveerd. Ook bezingt fado het leven in (de arme wijken van) Lissabon. Wanneer ik dit vergelijk met de Nederlandse smartlappen lijkt het verschil bepaald te worden door het kippenveleffect dat Fado bij mij oproept. De enige Nederlandse die dit heeft benaderd was Rika Jansen (Zwarte Riek) met haar lied “Amsterdam huilt”, over het verlies van het Joodse leven en de Joodse humor in haar omgeving.
Kenners beweren dat de Fado ontstond in de 19e eeuw in de arme wijken van Lissabon: Mouraria, Alfama en Bairro Alto. Naast Lissabon is ook Coimbra van groot belang voor de fado. Oorspronkelijk werd fado voornamelijk in kroegen, tavernes en bordelen gezongen. In de loop van de twintigste eeuw werd fado een erkende zangkunst die uitgevoerd wordt in de betere uitgaansgelegenheden en concertzalen. Traditionele fado is nog steeds te vinden in Lissabon, in zogenaamde fadohuizen (casas de fado): restaurants of cafés waar fado-artiesten optreden. Fado ontstond hier uit een mix van (Afro-)Braziliaanse dans- en muziekstijlen en Portugese en Europese poëzie-, lied- en dansstijlen.
Haar representante, Maria de Fátima Morao Travassos, wist mij afgelopen zondagmiddag in de theaterzaal van het Rosa Spierhuis een uur lang in mijn fantasie te laten rondzwerven door Boavista, langs Fadohuizen en cafés, voor de prijs waar geen enkele budgetvliegreis naar Portugal tegenop kan. Mijn reis was goedkoop, dicht bij huis en met gratis kippenvel. Het Rosa Spierhuis biedt het hele jaar door een scala van optredens en dit lijkt mij onvoldoende bekend bij het cultuur geïnteresseerde publiek. En passant kon ik ook nog het werk van beeldend kunstenaar Astrid Engels bewonderen. Ook mooi, maar het kippenvelgevoel ontbrak.